Een luis in de pels
Geplaatst door Robert Lücken | 9 januari 2012
Het leven van een toproeier gaat in principe over rozen, ’s ochtends een beetje trainen, ’s avonds een beetje trainen, voor en na de trainingen lekker veel eten en drinken en tussen de middag op de bank hangen. Hij hoeft niet te werken voor een baas, hij hoeft geen rekening te houden met zijn uiterlijk vertoon of uiting te geven aan andere manieren, er wordt van alles voor hem geregeld zodat hij onder de meest gunstige omstandigheden kan trainen. Hij kan het zich permitteren om als een dier te leven, eten wanneer hij honger heeft, drinken wanneer hij dorst heeft, slapen wanneer hij moe is, noem maar op. De enige momenten dat hij niet helemaal zelf kan bepalen wat hij doet zijn de twee trainingen van twee uur per dag, dan moet hij met de roedel mee, de ‘wolf pack’.
In het dierenrijk is voorzichtigheid geboden, gevaar ligt constant op de loer, een kleine verwonding of blessure kan de dood tot gevolg hebben. Wanneer een wolf een verwonding oploopt, is de kans groot dat hij het niet overleeft. De zware mannengroep kan gezien worden als een ‘wolf pack’, een roedel waarbij iedereen nodig is om te overleven in de woestenij van het internationale roeien.
Wanneer een roeier van deze groep een blessure krijgt, raak hij achterop. Hoe langer de blessure duurt, hoe groter de kans dat hij de roedel uit het oog verliest. De roedel moet verder, hongerig als zij is, naarstig opzoek naar internationaal succes, zij zal niet wachten op degene die de roedel vertraagt. De geblesseerde roeier raakt steeds verder achterop, hij probeert al hinkend bij te blijven maar de roedel is simpelweg te snel en al gauw verliest de geblesseerde roeier de roedel uit het oog en het duurt niet lang meer voor hij beseft dat hij zijn eigen boontjes moet gaan doppen, hij wordt langzaam maar zeker een ‘lone wolf’.
De kans dat deze eenzame wolf het lang volhoudt in de natuur is zeer klein, de kans dat een eenzame roeier het lang volhoudt in een nationale selectie is misschien nog wel kleiner. De roeier heeft zijn blessure waarschijnlijk opgelopen omdat zijn natuurlijke, instinctieve voorzichtigheid in slaap is gesust door het luizenleven wat hij denkt te leiden. Het is de taak van de eenzame roeier om zo snel mogelijk weer aan te sluiten bij de roedel, de rest van de groep. Gelukkig heeft hij anders dan in de natuur een ondersteunende roedel die hem hierbij helpt. Het luizenleven gaat verder.
De ondersteunende roedel bestaat uit een arts die weer andere artsen en fysiotherapeuten kent, allemaal met hun eigen specialiteiten. Doordat de achterop geraakte roeier nogal wanhopig is grijpt hij alles aan wat hem door de ondersteunende roedel aangegeven wordt en wat hem eventueel zou kunnen helpen. Hierbij hoeft niet alleen gedacht te worden aan wetenschappelijk verantwoorde behandelingen, er wordt van alles gedaan. Acupunctuur, elektroshock therapie, manuele therapie, homeopathie, warme kersenpittenbehandelingen, dry needling (dit is een massagetechniek waarbij er een lange naald tot in de kern van de spier wordt aangebracht, door de doorboring van de spier met de naald zou de spier zich gaan ontspannen wat weer een positieve invloed heeft op de doorbloeding). Kortom de ondersteunende roedel haalt van alles uit de kast om de geblesseerde roeier te helpen. Dat de verzekering van de roeier deze behandelingen niet allemaal dekt, daar maakt hij zich niet druk om, hij leidt immers een luizenleven. Waar het om gaat is dat hij weer snel aanhaakt bij de groep en dat hij en de ‘wolf pack’ weer dezelfde belangen krijgen. Een ‘wolf pack’ heeft maar een doel en dat is haar honger stillen. Als iedereen in de roedel dit op dezelfde manier nastreeft, is er een kans van slagen en kan de honger naar Olympisch succes gestild worden.
