Alternatief trainen voor een stuurman
Geplaatst door Peter Wiersum | Laatst gewijzigd op 26 maart 2010
Ik zit op het moment van schrijven met mijn laptop en een espresso in Wetherspoon Pub, een kroeg met een redelijke koffiemachine naast Putney Bridge. Enkele honderd meter stroomopwaards ligt University Stone, dat de start van de Boatrace aangeeft. De verhalen van de befaamde wedstrijd tussen Oxford en Cambridge zal ik aan Sjoerd H. overlaten, maar komende weekend krijg ik wel een proefje van het parcours van 4 mijlen en 374 yards tussen Mortlake en Putney. Ik ga namelijk deelnemen aan de Head of the River op de Theems.
Mijn roeiers uit de Holland Acht trainen in deze tijd vooral in kleine nummers. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld de acht pas in mei uit de stelling getrokken, kort voor de eerste World Cup in Banyoles. Ik hou mij natuurlijk “bezig” totdat ik mijn Coxbox weer mag benutten; ik blijf betrokken met hun trainingen of testmomenten op de Bosbaan, en help Dave met wat randgebeuren regelen, maar echt trainen in de boot zit er niet echt in. Vandaar dat ik graag naar het buitenland reis, om daar in nieuwe omstandigheden – met andere ploegen, coaches en taal – mijzelf te blijven stimuleren.
Zo zat ik Februari in de VS bij wat Amerikaanse clubs, eerst in Virginia, en vervolgens in Austin, Texas. Ook in Engeland heb ik dit jaar veel gestuurd: in het voorseizoen was ik overgevlogen voor Four’s Head (ook op de Theems) en Rutherford Head (in Newcastle); een paar weken terug stuurde ik de Bump Races bij Christ Church College in Oxford, een behoorlijk unieke ervaring. En nu ben ik deze week bij University of London Boat Club en Barnes Bridge Ladies te gast.
Sturen op de Theems is totaal anders dan, bijvoorbeeld, de Amstel. Het is hier niet zo bochtig – prima met kortebaan fin te sturen – maar het stroomt vooral erg hard. De wedstrijd wordt zelfs geroeid met stroom en getij vol mee; op die manier leggen de beste ploegen +/- 7km af in +/- 17min. De stroming is vaak iets sterker in de buitenbocht, of boven de diepste punten van het rivier, en het is veel gunstiger om de stroming te volgen dan de bochten af te snijden, dus moet je af en toe een lijn volgen die totaal tegen je intuïtie in gaat.
Om de uitdaging compleet te maken, stuur ik twee lokale ploegen. De Britten roeien toch anders dan wij, meer op power gericht, en ze worden meer op patroon dan op gevoel gecoacht. Ze reageren anders aan mijn calls dan ik vaak verwacht, en die calls geven blijft ook mooi, want sturen in het Engels heeft een totaal andere rithme dan in het Nederlands. Het is trouwens compleet anders dan sturen in het Amerikaans, waar alle roeitermen ook weer anders zijn. Het grootste verschil zit echter misschien in de emotionele stijl van het Engelstalige roeien. De sport is hier (en in de VS) veel meer een teamsport à la “Inches” speach van Al Pacino. Dat zie je in het sturen terug, wat voor mij even aanpassen is.
Inmiddels ben ik hier drie dagen, en zijn mijn teams en ik aan elkaar gewend. Zaterdag ga ik met ULBC los, en zondag de andere kant op tijdens Vet’s Head met BBL. Naast het feit dat het elke keer genieten is om deze nieuwe ervaringen mee te mogen maken, ga ik natuurlijk vooral vanuit dat alle leermomenten tussen nu en London 2012 mooi meegenomen zijn. Om Goud te halen moeten alle leden van de Holland Acht alles doen om uitzonderlijk goed te worden, en zo ook de negende man.
Een paar vertalingen:
“Na… nu”: “in two, in one, on this one” in de VS of “next stroke… ready, Go!” op de inpik in het Engels.
“Laat… lopen”: “weight’n off” in de VS, of “next stroke, easy there” in het Engels.
“Bakboord/stuurboord”: “port/starboard” in de VS of “stroke-side/bow side” in het Engels.
